Vijf vingers, vier tenen

Ellen Bauwens

Vijf vingers om de hals gekromd
Rug over rug gebogen
Heupen delen het ritme met
vijf vingers die strijken
en geen onnauwkeurigheid gedogen
of stappenderhand hun doel bereiken
Met langgerekte bogen
In golvend gebaren
Voorbij ieder vermogen
Tot de mooiste buitenlijnen
Van dubbelspraak bevlogen
van waar geen twee ooit was
Tot ze weer worden wat ze waren:
Roberto Miranda met zijn contrabas.


Jij weet hoe dunbevolkt de steden waren
vier voeten in de telgang van het vreemde land

Soms kregen wij wel eens een ober aan een tafel
het dienblad enkel spiegels, schuimend op de hand

Op zesenzestig wervels door geboende zalen
schilderij: een meisje dat met beide monden lacht

Zelfs het water bleef in kleurenbogen dralen
geklater dat ons geen gedachte verder bracht

De uren vielen van de trotse torens neer
maar: ouderdom gold enkel de gebouwen

Ik weet nog hoe weinig toen verkwanselde tot meer
We hebben spiegeltje voor spiegeltje gehouden