Seks en jeugdliteratuur
Luc Descamps belicht de pro's en contra's.
De link tussen Harry Potter, seks en horror

Diederik Vandendriessche

Jeugdliteratuur en pornografie, het lijkt op het eerste gezicht een contradictio in terminis. Nochtans nemen vele hedendaagse jeugdschrijvers niet langer een blad voor de mond en wordt er in heel wat jongerenboe-ken vrolijk op los geneukt, inclusief vermelding van alle betrokken organen. Er is misschien nog geen sprake van pornografie in de strikte zin van het woord, maar alleszins zijn er hier en daar pornografische tendensen waar te nemen: de seksualiteit komt steeds vaker enkel ter sprake omwille van de seksualiteit zelf. Jeugdschrijver Luc Descamps betreurt die gang van zaken. Met hem gingen we na welke impact die evolutie heeft op het medium 'jeugdboek'.

Gierik: Hoe zou je de huidige tendensen in verband met seksualiteit in de hedendaagse jeugdliteratuur omschrijven?
Luc Descamps:
"Er is een diepgaande evolutie aan de gang. Ik lees regelmatig jeugdboeken, enerzijds om op de hoogte te zijn van wat er bestaat, maar anderzijds ook omdat ik gewoon graag jeugdboeken lees. Bij een aantal auteurs merk ik een evolutie naar een expliciet seksueel taalgebruik en een expliciet seksueel gedrag van de hoofdpersonages, maar bovendien ook naar een expliciet seksueel taalgebruik buiten de dialogen van de personages. Dat gaat naar mijn gevoel te ver, wat niet wegneemt dat die dingen scoren bij kinderen. Maar de vraag die je je hier moet stellen is: gaat het alleen om scoren - en daaraan gekoppeld verkopen - of heb je als jeugdauteur nog een andere verantwoordelijkheid?
Je hebt fundamenteel twee mogelijkheden: ofwel schrijf je gewoon een oppervlakkig verhaaltje, ofwel schakel je je in een andere categorie van jeugdboeken in, die een bepaald draagvlak hebben en die een bepaalde 'boodschap' of levensbeschouwing proberen uit te dragen, zonder daarom belerend over te komen. In dat geval heb je als auteur de verantwoordelijkheid voor datgene watje kinderen als maatschappijbeeld aanreikt. Een aantal mensen stelt dat de realiteit van de maatschappij nu eenmaal inhoudt dat kinderen tegenwoordig vanaf hun twaalfde, dertiende in bed duiken en dat jeugdauteurs dat niet dienen te verbloemen. Ik geef toe dat een bepaalde groep van jongeren inderdaad al zeer vroeg seks heeft, maar dat geldt zeker niet voor alle jongeren. Je hebt er die op jonge leeftijd al rijp zijn of althans denken dat ze rijp zijn, maar velen zijn dat nog niet en lezen ondertussen wel dezelfde boeken. Die zullen daardoor niet noodzakelijk gechoqueerd zijn, maar wel als volgt redeneren: 'Wil ik erbij horen, dan zal ik toch maar eens moeten beginnen experimenteren.' Daar stel ik me vragen bij, zeker omdat velen er dan nog niet klaar voor zijn. Bij sommige boeken vraag ik me af of een bepaald taalgebruik werkelijk moet. Seksualiteit of erotiek vind ik op de eerste plaats iets moois. Wanneer ik spreek over mensen die van elkaar houden - meestal zijn dat prille liefdesrelaties - dan wil ik het vooral hebben over schoonheid en daar kunnen eventueel allerlei zaken bij gesuggereerd worden. Maar mijn vraag is: stel dat twee jongeren met elkaar naar bed gaan, hoef ik dan als auteur te beschrijven wat de mannelijke helft uit zijn broek haalt?"

Gierik: Kunnen wespreken van een pornografische tendens in de jeugdliteratuur?
Descamps:
"Dat is moeilijk te zeggen. Ik vraag me af of het gewoon geen scoringsdrang is. Sommigen denken dat kinderen hen makkelijker begrijpen als ze zich tussen de kinderen plaatsen en volledig hetzelfde taalgebruik hanteren als de groep kinderen waarover ze willen schrijven. Maar ik weet niet of het echt zo werkt. Ik geef zelf ook les in het beroepsonderwijs, waar het taalgebruik niet altijd zo fijntjes is. Je moet daar niet als de grote moraalridder rondlopen, je moet tot op een bepaald niveau tegemoetkomen aan de leefwereld van die kinderen, maar ik vind dat je ook een opening moet bieden naar een andere leefwereld, een leefwereld die minder cru is, minder vleselijk of materieel, die naar gevoelens toegaat. Ik vind dat er in deze wereld, niet alleen bij de jeugd, een grote armoede bestaat aan liefde en warmte. Soms kan een seksuele aantrekking tussen jongeren zo beschreven zijn, dat het inderdaad louter om hormonen gaat. Dat vind ik een gemiste kans. In onze maatschappij zie je meer en meer dat het enkel om de seks gaat, enkel om de lichamelijke bevrediging en voor de rest maken we ons geen zorgen. Volgende keer vinden we wel iemand anders."

Ver van mijn bed

Gierik: Aan welke leeftijdsgrenzen denkt u als u zegt dat het te ver gaat. Voor jongeren in discotheken kan het blijkbaar niet ver genoeg gaan.
Descamps:
"Die jongeren zullen, áls ze al lezen, expliciet taalgebruik prefereren. Er zijn er altijd bij die hormonaal volwassen genoeg zijn om dergelijk taalgebruik emotioneel aan te kunnen, maar er zijn er toch nog velen voor wie dat een ver-van-mijn-bed-show is, letterlijk dan…"

Gierik: Het mes snijdt dus langs twee kanten. Maar is jeugdliteratuur die zich niet aansluit bij die maatschappelijke tendensen, dan niet naïef en te braaf?
Descamps:
"Die vraag heb ik mij al dikwijls gesteld. Als er in mijn boeken een erotische geladenheid aanwezig is, dan houd ik het vooral bij de suggestie, om het gevoel dat erbij komt te benadrukken. Als ik twee mensen laat tongkussen, dan vind ik het niet noodzakelijk om te beschrijven hoe nat de lippen op elkaar plakken en hoe diep de tongen in elkaar verstrengeld zitten, maar wel wat zich op dat moment in de buik afspeelt of wat er ter hoogte van het hart gaande is: het gaat mij dan om het enorme gevoel bij een eerste kus, om de ontlading die voor jongeren van die leeftijd bijna op hetzelfde niveau staat als echt vrijen. Dat is een nieuwe wereld die opengaat. Daar schrijf ik over: over de diepte die iemand kan ervaren en niet over een aan pornografie grenzende leegte.

Middernachtfilm

Gierik: Het verschil tussen jeugdliteratuur en volwassenenliteratuur wordt steeds zwakker, onder andere door die expliciete seksuele taal. Dertig jaar geleden was het veel duidelijker wat wel en wat niet kon voor kinderen.
Descamps:
"Een aantal zaken zijn gewoon stoer om te lezen. Er zit een grote herkenningsfactor bij als een jongere seksuele verlangens van zichzelf terugvindt bij een personage in een boek. Misschien ben ik commercieel slecht bezig als ik daar niet op inga, maar ik denk het niet. Ik merk ook dat kinderen die hun leeftijd vooruit zijn, reeds op hun elfde mijn boeken beginnen te lezen die normaal bestemd zijn voor dertienjarige lezers. Die boeken zijn complexer en qua taalgebruik ook iets moeilijker. Er zijn jongere kinderen die dat aankunnen. Maar als je dan expliciet seksuele passages in je boek voor dertienjarigen zou opnemen, dan krijg je dus lezertjes van tien, elf jaar die daarmee geconfronteerd worden. Dat vind ik echt van het goede te veel. Het ideale jeugdboek biedt voor mij een mix tussen avontuur, een gezonde dosis fantasie en veel gevoel. Voor mij primeert het gevoel zonder het daarom melig te maken."

Gierik: Dat is misschien ook belangrijk in verband met seksualiteit. Jongeren weten nu veel meer dan vroeger, de voorlichting is fel verbeterd. Maar op school is de seksuele opvoeding vaak een heel zakelijk en klinisch gegeven. Jeugdliteratuur kan daarbij een gevoelswereld aanreiken.
Descamps:
"Ik denk dat je daar een goed punt aanhaalt. Als je die gevoelswereld als extra gegeven aanbiedt aan die kinderen die nog willen lezen, dan overstijg je inderdaad het klinische. Het klinische is alomtegenwoordig. Als pa en ma naar een of ander feest moeten, dan is het voor de kinderen niet zo moeilijk om een middernachtfilm op te zetten, waarin ze dan een behoorlijke dosis bloot zien. Het gevoelsmatige daarentegen komt steeds meer in de verdrukking. Er zijn heel veel gezinnen waar in de ouder-kindrelatie het gevoel verdwenen is. Door sociale problemen, drankproblemen, echtscheidingsproblemen, enzovoort is er vaak geen tijd meer voor eenvoudige warmte. En dan vraag ik me af of je datgene wat al zo sterk in onze maatschappij aanwezig is, nog eens in een andere verpakking moet aanbieden in jeugdboeken. Moet je tegen jonge mensen niet eerder zeggen: kijk, hier is iets datje minder goed kent, datje niet elke dag tegenkomt."

Ontmaagding

"Is het expliciete taalgebruik altijd even functioneel? Ik denk het niet. Vaak merk ik dat overgangen in zulke boeken zo snel gemaakt worden, dat ik mij afvraag: hoe komen ze daar nu bij? Hoe komt dat personage plots van de ene emotie in de andere terecht, terwijl ik eigenlijk niets heb zien gebeuren? Ik vind dat je toch moet zoeken naar dieperliggende drijfveren voor bepaalde handelingen, zoals bijvoorbeeld seksuele gedragingen. Nu geef ik zelf ook wel toe dat dat in de jeugdliteratuur niet makkelijk is: ik krijg ook soms het verwijt dat ik niet diep genoeg gegaan ben, omdat je ook rekening moet houden met de leesbaarheid."

Gierik: U wijst naar de maatschappij die zelf reeds een overkill aan seksuele geladenheid biedt, maar anderzijds schrijft u wel voor een leeftijd die daar enorm op ingesteld is, zelfs al geven ze niet toe aan die maatschappelijke indrukken. Uw publiek zit volop in een experimenteerfase. Moet dat dan ook geen rol spelen in bepaalde verhalen of gebeurtenissen?
Descamps:
"Ik blijf altijd worstelen met die grens, een grens die zegt: vanaf wanneer kan het en hoef ik daarom expliciet te worden? Ik heb er geen probleem mee dat er in een boek geneukt wordt, maar moet ik schrijven dat het neuken is? Het moet niet verdoezeld worden dat jongeren dat doen en de gemiddelde leeftijd wordt steeds jonger, maar moet ik dat zo platjes uitdrukken? Ik denk dat er een groot verschil is tussen een erotische spanning creëren in een boek of naar pornografie neigende erotiek schrijven. Het tweede hoort volgens mij in bepaalde vormen van volwassenenliteratuur thuis. Dat is voor mij een grens."

Gierik: Nochtans zitten ook de hoofdpersonages van uw boeken in diezelfde leeftijdsfase, waardoor de lezer misschien verwacht dat dat personage met dezelfde problemen of vragen over seks geconfronteerd wordt als hijzelf.
Descamps:
"Natuurlijk. Ik heb bijvoorbeeld een boek geschreven over een op hol geslagen jongere, Schaduwwereld. Hij leert oudere vrienden kennen, raakt aan de drugs, begint met marihuana, enzovoort. Op zijn vijftiende verjaardag willen zijn 'vrienden' hem een cadeau geven: ze gaan er een man van maken. Hij krijgt eerst een fikse dosis drugs toegediend en vervolgens brengen ze hem in contact met een zeventienjarig meisje dat hem alles eens zal leren. In dat boek is er een 'aanzet tot', wordt er aangegeven dat die jongen daarmee bezig is: de ontgroening of ontmaagding is voor hem een grote gebeurtenis. Helaas voor hem en voor diegenen die er als lezer op uit zijn, loopt heel die drugsaffaire verkeerd af en voor hij eraan kan beginnen raakt hij in een coma door een overdosis. Toen heb ik mij al de vraag gesteld of ik niet te ver ging, terwijl ik achteraf nooit de opmerking gekregen heb dat het effectief te ver ging. Misschien neig ik wel naar het puriteinse, maar ik beschrijf enkel zijn verwachting naar dat naakte meisje en wat erop zal volgen. Dat wordt dan overschaduwd door die bad trip, dat totale wegzinken in de zwarte leegte."

Gierik: Op dat vlak kan u zich dan wel laten gaan, nochtans worden jongeren ook met drugs om de oren geslagen.
Descamps:
"Ook dat probeer ik genuanceerd weer te geven. Ik kan bijvoorbeeld niet schrijven over de 37 gaatjes die blauw worden in de arm van een personage of de heel expliciete manieren van toedienen, terwijl dat soms op die wijze beschreven wordt: er wordt afgebonden, vuurtje eronder, zoveel gram van dit, zoveel gram van dat,… Ik hou zulke gebruiksaanwijzingen liever vaag. Ze weten waarover het gaat, ze weten het misschien veel beter dan ik. Dat vind ik ook de kracht van literatuur: vanuit suggestie een verhaal laten openbloeien. Een boek is voor mij geslaagd als de lezer geen woorden ziet staan, maar het voor zijn ogen ziet gebeuren."

Gierik: Anderzijds kan een expliciet taalgebruik ook een voorlichtingsfunctie vervullen voor veel jongeren, om te beginnen in de woordenschat, maar ook qua bewustzijn.
Descamps:
"Ach, als er in de voorlichting wordt uitgelegd wat een penis en een vagina is, dan denk ik niet dat het taalgebruik van mijn lezers verbreed wordt als ik het ook nog eens in geuren en kleuren beschrijf. Voor mij moet de verbreding in de gevoelscontext plaatsvinden, in die context kan expliciet taalgebruik eventueel functioneel zijn. Er moet dan wel een leeftijdsaanduiding bij vermeld worden, wat in sommige boeken niet het geval is. Ouders hebben immers ook het recht om te kiezen. Als de ouders een boek geven aan hun kinderen, hebben ze hoe dan ook een bepaalde verantwoordelijkheid. Mijn grenzen liggen vooral in het woordgebruik. Ik vind niet dat er thema's verzwegen moeten worden. Kinderen mogen echt wel zien wat er aan de gang is in de wereld, maar dan wel met aangepast taalgebruik. Wat ook niet wil zeggen dat men moet censureren. Een thema als masturbatie mag voor mij, maar dan zonder ruw of grof te worden. Bovendien kun je zo'n thema dan ook weer niet aanreiken aan achtjarigen. Er zijn bepaalde grenzen die je moet respecteren, maar in principe moet alles aan bod kunnen komen. Gasten van vijftien jaar kijken in mijn boeken ook naar de borsten van de meisjes en stellen zich daar ook van alles bij voor."

Kicks

Gierik: Er bestaat ook een grote peer pressure in de jongerenwereld. Als je het niet doet, hoor je er niet bij.
Descamps:
"Ik richt mijn pijlen eigenlijk vooral op wat de volwassenen van deze wereld maken. Ik laat jongeren ermee geconfronteerd worden vanuit hun leefwereld. In mijn allereerste boek De dodelijke pijp vertel ik over een meisje van wie de zus sterft door een duidelijke factor van milieuverontreiniging. Hoe kijkt zo'n kind van elf jaar daartegen aan? Ik hoed mij echter altijd voor het moraliserende. Mijn eerste bedoeling is kinderen laten genieten van een boek. Soms kunnen mijn boeken ook heel donker zijn, maar dan probeer ik er toch lichtpunten in te stoppen. En dat wordt soms vergeten in probleemboeken. Daar vind je geen lichtpunten meer in terug. En dan blijft enkel het rauwe en harde over, dat inderdaad ook bestaat, maar waarvoor misschien ook alternatieven kunnen worden geboden, zonder naïef te zijn. Een van die harde realiteiten is ook de peer pressure rond drugs, seks en alcohol in de jongerenleefwereld. Maar ik vind dat ik als schrijver niet de indruk mag wekken dat jongeren gaan denken: kijk, om erbij te horen, moet ik zo zijn of moet ik dit drinken. Ook ik moet mij als auteur hoeden voor de eventuele invloed die ik kan uitoefenen. Ik denk anderzijds niet dat de figuren in mijn boeken softies of naïevelingen zijn. Dat zijn bewuste tieners. Een van de grootste uitdagingen van onze maatschappij is hoe om te gaan met het emotionele isolement, waar veel jongeren en ook volwassenen in terechtkomen. Ik denk dat ik voor sommigen af en toe wel iets kan loswrik-ken door een bepaalde passage in een boek. Als iemand dingen kan voelen die hij voordien nooit gevoeld heeft, heb ik al heel wat bereikt, vind ik. Onlangs kreeg ik een mailtje van een achttienjarig meisje dat zei dat ze nu minder schrik heeft voor de dood dan vóór het lezen van mijn boek Angeldust. Dat vind ik leuk, want ook de dood is nog steeds een taboe. Als ik kinderen en jongeren kan aantonen dat seksualiteit samenhangt met gevoelens, vind ik dat ik wat bereikt heb. Je moet kinderen het hele pakket van het leven aanreiken: pijn, verdriet, vreugde, lachen, seks en doodgaan. Maar als iemand doodgaat, wil ik ook niet schrijven dat het overleden personage in de kist gestoken wordt, onder de grond gelaten wordt en dat na een bepaald aantal maanden de maden door zijn kist kruipen. Dat is goed in horrorboeken voor volwassenen die dat graag lezen. Men vergeet vaak dat jongeren kwetsbaar en beïnvloedbaar zijn en een eigen ritme hebben om open te bloeien. Jeugdboeken moeten dat ritme niet bepalen."

Gierik: U wil blijkbaar een bepaalde zingeving aanreiken.
Descamps:
"Zinloosheid creëert leegte, die uiteindelijk uitmondt in gevoelloosheid. En met gevoelloosheid kun je geen relatie opbouwen. Vandaar dat je in mijn boeken overal een zin terugvindt, zonder een beeld op te hangen van een ideale wereld. Als mensen zich vragen stellen bij het lezen van mijn boeken, ben ik al tevreden. Van mij moet er niet gezegd worden: 'Je moet eens een Descamps lezen, want wat die allemaal durft schrijven…..' Mijn boeken zijn voor een groot stuk een weerspiegeling van wie ik ben."

Gierik: Expliciet taalgebruik kan natuurlijk ook een bewustzijn scheppen bij jongeren in verband met soa 's (seksueel overdraagbare aandoeningen).
Descamps:
"Die vraag stel ik me ook bij expliciete boeken over losbandig seksueel gedrag en aids. Dat kan choquerend werken. Dan stel ik ook vast dat het misschien wel goed is dat jongeren die graag lezen en misschien zelf zo zijn, een spiegel voorgehouden wordt, zodat ze zich realiseren dat ze misschien zelf binnen een paar jaar in bed liggen te zieltogen als ze zo verder blijven doen. Als dat inderdaad dat effect heeft op jongeren, dan ben ik ook blij dat die boeken bestaan. Je kunt in die hele discussie niet zwart-wit denken. Je kunt alleen maar aantonen wat voor type auteur je bent en wat je graag schrijft, omdat je er 100 procent achterstaat. Als je alleen maar je eigen grenzen verlegt, omdat je denkt dat het wel zal scoren, dan ben je verkeerd bezig."

Gierik: Lukt het scoren bij de jeugd alleen maar met hardere thema 's? Verkopen die beter?
Descamps:
"De normen schuiven steeds verder op, maar je krijgt ook een normvervaging en dat vind ik een gevaarlijke tendens. Een leven nemen of een meisje verkrachten, wat houdt dat bij wijze van spreken nog in? Tegenwoordig staat het in sommige middens goed om betrokken te zijn bij een gang bang. Jongeren kicken alleen maar op zaken die een stap verder gaan, ook bijvoorbeeld op gebied van drugs. Je kunt nu niet meer kicken op marihuana. Waar vroeger de verkenning van het seksuele zich beperkte tot strelingen, gaat men nu veel vroeger overstappen op de geslachtsdaad, met alle gevolgen van dien. De voorlichting bestaat dan wel, maar toch vormen tienerzwangerschappen een steeds groter probleem. En vervolgens gaat men weer lichter over abortus heen stappen. Maar hoe moetje als ouder reageren als je dochter op haar dertiende komt vertellen dat ze zwanger is? En de impact van een abortus is toch niet te onderschatten, er bestaat een kans dat je heel je leven met een schuldgevoel blijft rondlopen. Daarom vind ik de huidige normvervaging een gevaarlijke trend. Je bevindt je daar op vrij glad ijs en begeleiding is dan toch nog welkom. Maar het zijn heus niet alleen de harde thema's die de verkoop bij jongeren bepalen, hoor."

Gierik: De uitdaging voor de jeugdschrijver ligt in het vinden van het evenwicht tussen het baanbrekende, waar jongeren naar uitkijken, en het handje vasthouden?
Descamps:
"Ik vind niet datje als jeugdschrijver voor naïeve kinderen moet schrijven door alle heikele thema's uit de weg te gaan, maar ik vind het vooral belangrijk om de verwondering te laten bestaan. Als alles bij naam genoemd wordt en alles mag en alles kan, dan verdwijnt de verwondering, die het leven heel mooi kan maken. Als je alles mag, blijft er niets meer over om stiekem te doen. Laat die jongere die honger heeft naar expliciet seksuele dingen, maar in het geheim een seksboekje kopen. Ik zal hem daarnaast wel iets anders aanbieden."