Liever noem ik het niets
Bert Lema
veel uren
om een Delftsblauw kopje te bekijken
zijn ons gegeven en
wanneer we over de rommelmarkt slenteren
is het voorbij al lang geleden
laat ons dus talmen
bij de Afrikaanse maskers de spiegelkasten
en het breekbare blauw aanschouwen
van een kopje: het is een gedachte
die voorzichtig omvat wil worden
laat ons inhouden
de adem waarmee we willen prijzen
luidkeels: mooiste oudste teerste
laat ons even daarvan af zien
en baden in een verstrooide halfslaap:
dan bestaat er een ruime wereld
waar we niet in verbazing vallen
maar van de éne tijd in de andere
de Kerstkaarsjes de stukjes
geslepen glas uit oude luchters:
ze zijn als klinken op deuren
eeuwen zijn ons gegeven
ze zien eruit als gedroogde bloemen
als foto's in sepia doorleefde sofa's
wat leefde: geuren opsnoof
rondliep of achterover leunde
ligt onder deze prullaria
als een vergane laag bladeren
de stoel waarop ik zit
en de tafel waar ik een elleboog op steun
tijdens het schrijven zet mij aan
tot het beschrijven van een tocht:
met tafel en stoel doorheen de tijden
ik noem het niet droom
of vlucht
liever noem ik het niets:
zo reis ik zonder oponthoud
en ademen in mijn adem
alle doden waaruit mijn woorden groeien
in liefde voor het leven
de jaren de seconden
zitten we bij elkaar en zijn al
middeleeuwen
over je slapend gezicht glijden spiegelingen:
meisje moeder oud besje
gestalten die je aan den lijve ondervindt
en doorstaat net zoals ik de mijne
het zeer glorieuze moment
dat onze blik valt op een beeldje
dat we altijd al wilden hebben:
het heeft de vorm
waarin we bezig zijn onszelf te gieten
het zeer blijde vermoeden
dat onze ziel die niet bestaat
zich kan vormen uit een indruk
opgedaan op een rommelmarkt
en dat jij en ik dit vermoeden delen
wanneer we op zondagmorgen hand in hand lopen
in de verblindende schuinte
van een winterzon