Chlamydia
Christophe Dirickx
Toen het scherm weggleed en zij hem voor het eerst zag, dacht ze: ‘Wat een lul.’ Deelnemers aan een Blind Date-show werden toch verondersteld een beetje knap of jong te zijn, zoals zij. Ooit moest hij knap geweest zijn, in de vorige eeuw, voor haar geboorte. Maar hij had iets. Misschien vond ze op haar leeftijd alle mannen boven de veertig interessant? Behalve haar vader dan en al diens vrienden en alle vaders van haar vrienden. Waarom was deze vette veertiger dan anders? Omdat zij hem nog niet kende? Hij keek haar aan alsof hij door een wesp gestoken werd.
Toen zij in beeld gleed, voelde hij een scherpe pijn waar zijn appendix ooit zat. Ze stond er nonchalant, op het plateau van die Vlaamse tv-studio, de heel wat jongere vrouw van wie hij met de jaren meer droomde. Ze schitterde als een parel voor de zwijnen. Maar haar ogen fronsten toen ze hem opmat. Hij vermoedde dat ze zich door zijn jonge stem had laten verleiden en nu spijt had van haar keuze. De presentatrice merkte de aarzeling en gaf haar de kans om hem alsnog de bons te geven. De mooie jongetjes in de coulissen keken met vernieuwde hoop toe. Het publiek jouwde. Bierbuik! Grootvader! Schande! Hij luisterde niet naar het schorem en concentreerde zich volledig op haar. Hij wilde haar via telepathie weer tot hem brengen. Dit moest lukken. Het was zijn laatste kans. Ze keek van zijn schoenen in zijn twinkelende ogen. Zijn energie vulde haar reservoir. Ze tintelde ervan. Ze koos hem voor de tweede maal, onder boegeroep. Ingeborg, of was het Machteld?, haar naam was in ieder geval even onnozel als de presentatrice zelf, hield hem bijna tegen haar zin een stapeltje enveloppen voor. Ze spreidde die als speelkaarten. Hij moest de onbekende bestemming kiezen. Welke kaart zou hem geluk brengen?
Hij kon niet kiezen. Zij greep in en koos de kaart die het mooist glansde in het studiolicht. Ze scheurde de envelop open als een bekroonde actrice, las in stilte en monkelde. Een stem riep over de PA: ‘Een reis naar ... Kent! The Garden of England!!’ Het publiek lachte hen uit. Engeland in de herfstregen, geen palmboom in zicht, dat is toch geen romantisch paradijs. Maar zij wist wel beter. Kent was sinds kort een van de meest romantische plekken op aarde (al gaf ze toe dat haar definitie van romantiek wellicht verschilde van die van het publiek). Hij was ook blij, met haar. Ze gaven elkaar de hand. Haar droge palm vloeide in zijn vochtige en ze liepen samen de showtrappen op. Boven draaiden ze zich tegelijk om en wuifden naar het publiek. De applausmeter gaf hen 51%.
In de brochure van de show stond dat, als je de romantische reis won, alles van een ongehoorde luxe zou zijn. Maar de minibar van de limousine die hen naar Zaventem bracht, was leeg en had schimmelvlekken. En ze vlogen ook niet rechtstreeks naar Engeland. Die eerste avond brachten ze door in het luchthavenhotel. Hoe romantisch was dat?
De hotelbar werd hun eerste pitstop. Dit zou wel een vaste gewoonte worden, vermoedde zij, en zette haar zuipogen op. Ze speelde het spelletje graag mee. Voorlopig toch. Op z’n minst tot ze in Kent waren.
Ze had purperen vlekjes in het lapis lazuli van haar ogen en die vlekjes werden groter naarmate hij er langer in keek. Ze zogen hem op. Ze zuigen hem nu nog op.
Hij kwam terug van het toilet en stak zijn handen in de borrelnootjes. Ze vroeg zich af of hij zijn handen gewassen had. Borrelnootjes bevatten gemiddeld zeven verschillende soorten pis. Ze probeerde haar slaapkamerogen uit. Hij veerde ervan op. Nog een slaapmutsje?
Ze stonden in de lift naar hun kamers, die naast elkaar lagen, om de romance te bevorderen. Zij schroefde de spiegel van de muur in haar kamer, maar er zat geen camera achter verborgen. Ze probeerde de verbindingsdeur met zijn kamer. Gesloten. De sleutel zat aan zijn kant. Niet fair. Ze legde haar oor tegen de deur en hoorde hem ademhalen. Ze ging door de knieën en keek door het sleutelgat in zijn rechteroog. Hij wenste haar goedenacht. Zij knipoogde ter bevestiging. Wacht! Hij schoof de sleutel onder de deur naar haar toe. Dat was attent van hem. Ze duwde haar kauwgom in het sleutelgat.
Hij sliep met zijn benen open, zo gelukkig als een zeester.
Zij opende haar laptop.
Ze brachten vier dagen door met het filmen van de sfeerstukjes voor de uitzending van zaterdag. Ze dartelden als een verliefd koppeltje door de Tuin van Engeland. Hij vond het zwaar werk. Toch liet hij zich overrompelen door de middeleeuwse praal van de kathedraal van Canterbury. En genoot intens van de wandeling in de regen in Sevenoaks. Ten slotte stonden ze arm in arm boven op de krijtrotsen van Beachy Head (de zelfmoordplek bij uitstek in de UK, wist hij) en bewonderden de zon die bloedde in het kanaal.
Donderdag hadden ze vrij. Ze logeerden in het kuststadje Whitstable. Er was een geurige vissershaven met drie boten die nog functioneerden en een oesterrestaurant op het strand. Hij nodigde haar uit voor het diner, ditmaal zonder camera’s, gewoon met z’n tweeën. Ze aanvaardde zonder overdreven enthousiasme. Omdat er niets anders te beleven valt, dacht hij. Naast het hotel lag een fabriek die dag en nacht keien vermaalde.
Buiten raasde een herfststorm. De eetzaal stak uit in de zee. De golven sloegen tegen de ramen. Het leek wel of je in zee zat te dineren. Oesters tikten tegen de ramen alsof ze vroegen om binnen te worden gelaten. Morgen lagen ze hier op een bord citroen of tabasco te drinken. Hij genoot van de kalmte in het oog van de storm. En zij vond het met elke fles wijn ook sympathieker worden. Ze slurpten wijn en snot. Derde dozijn.
Zij wilde haar echte naam niet verklappen en hij loog ook over de zijne. Ze zochten naar de lelijkste voornamen om elkaar te benoemen. De keuze was groot. Bart en Suzanne. Erger kon niet, daar waren ze het over eens. Maar bestonden er wel mooie voornamen? Ziektes hebben vaak mooie namen. Ja, waarom werd er nooit iemand naar een ziekte genoemd? Een jongen die Syfilis heet? En het meisje Hysterie. Griepje, kom eens hier? Balanitis, ik hou van je! Nog een fles, kelner Kanker!
Ze liepen langs de dolgeworden branding naar het hotel. Ze dreigden door de golven meegesleurd te worden, maar trokken zich daar niets van aan. Naar het hotel! Het was plots dringend. De naald zat in de groeve. Eindelijk. Naar bed! Die oesters hadden het ‘m gedaan. Hij trok haar hemd uit haar broek en stak zijn natte hand in haar bilspleet. Heet! Zij opende al lopende zijn rits. Ze waren kletsnat van buiten en van binnen. Wie dacht er nu ook aan een regenjas? Haar kamer of de zijne? Maakte niks uit. Ze lagen toch naast elkaar. Hij frunnikte met de sleutel. Hij was toch niet zenuwachtig? Zij stampte de deur open. Hij gooide die achter hen dicht. Naar bed!! Maar eerst een raid op de minibar! Hij sloeg de stoppen van twee flesjes Alcopops en draaide zich om. Ze stond naakt voor het stevige bed. Een arm sierlijk omhoog gekruld, een knie gebogen en het bekken vooruit geduwd. Waarop ze zich achterover liet vallen op het bed, dat nauwelijks veerde. Ze keek toe hoe hij zich uitkleedde. De kleren plakten aan zijn lijf. Hij worstelde en scheurde zijn hemd van zijn lijf. Toen hij eindelijk naakt voor haar stond, moest ze wel even slikken. Bierbuik! Grootvader! Schande! Het publiek had zich nog mild uitgedrukt. Zijn rubberen tepels waren ontkleurd, zijn aders gespat. Ze telde vierentwintig littekens, op zijn rechterbeen alleen al. Het haar op zijn ballen was grijs als prikkeldraad. Voor hij zich op haar kon storten, wees ze hem terecht. Ze sliep nooit met een vent die zijn sokken nog aan had!
Hij stond op één been, trok een sok uit en verloor zijn evenwicht. Hij viel op haar en in haar, zomaar en zonder vragen. Hij ramde. Zij dacht aan de roestige omheining van het tennisterrein in de duinen, dat ze eerder die dag gezien hadden. Haar handen schuurden over het roest. Het was een melancholische plek. En ze had er een afspraak om middernacht. Ze keek op de wekker. Half twaalf. Zou ze wel op tijd komen? Hij wel. Het klonk als een hond die kotst. Het had niet te lang geduurd. Als voorspel was het niet eens zo kwaad.
Hij voelde zich heerlijk slaperig en bleef boven op haar liggen als een aangespoeld beest. De regelmatigheid van zijn ademhaling loog er niet om. Ze duwde hem van zich af. Hij snurkte rustig door. Niets zou hem nu wekken. Ze wentelde zijn lichaam over het bed, gaf hem nog een duwtje na en hij sloeg tegen de vloer. Zijn gezicht lag begraven in het tapijt met de vlekken. Zijn brede kont stak in de lucht. De glimlach op z’n gezicht was al even breed. Zo had ze nog eens een bejaarde gelukkig gemaakt. Kwart voor twaalf! Een mens zit nooit stil. Ze verliet hollend de kamer.
Hij werd wakker in het tapijt. Er zat een rode vlek op zijn gezicht waar de synthetische wol het geschuurd had. Het bed zag er bemorst uit. Goed zo. Zij was er niet. De verbindingsdeur tussen hun kamers stond wijd open. Daar was ze ook niet. Schilfertjes jeukten in zijn schaamhaar. Hij nam een hete douche. De zeep beet in zijn eikel. Hij bekeek zich in de scheerspiegel. Er zaten kleine scheurtjes in de voorhuid. Balanitis, van jou hou ik niet!!
Zij bereikte het openlucht-tennisterrein op tijd. Er stond een oranje en wit Volkswagen-busje midden op het terrein, de schuifdeur open. De koplampen schenen vermoeid in de mist. Ze kreeg een kop zoete, hete, melkachtige thee.
Hij had er natuurlijk geen zaken mee, maar hij vroeg zich toch af waar ze was, ‘bij nacht en ontij’, dus was hij in haar laptop gaan kijken. Haar mailbox...
Nu liep hij noordwaarts over de natte keien van het strand. De storm was gaan liggen, maar de golven droegen nog preutse kapjes. Zij niet, nee, zij zeker niet. Hij lachte om zoveel oplichterij. Ze werkte voor de Blind Dateshow. Haar taak was het de idioot van dienst (hij, in dit geval) zoveel of zo weinig mogelijk te verwennen, al naar gelang wat de beste televisie opleverde. Hij schopte van plezier een keitje in de haven. Het raakte de derde vissersboot. Whitstable lag er zo verlaten bij. Waar was iedereen? Op het tennisterrein, vermoedde hij. Volgens haar laatste mail had ze er een afspraak. Hij sprong over een houten staketsel in een hoopje zeewier. Het rook naar haar. Er scheen licht in de duisternis. Dwaallichtjes ter hoogte van het tennisterrein.
Eerst schenen de witte koplampen hem fel in de ogen, maar toen hij langs de omheining liep zag hij het oranje en witte busje, op de plaats waar normaal het tennisnet hing. Zijn vingers duwden de deur in de roestige omheining open. Hij stapte het tennisterrein op, maar hield meteen stil. Hij keek. Was hij geboren om te kijken? Het duurde even voor hij echt begreep wat hij zag. Het leek op een monster met vele ruggen en zij was er één van. De centrale ruggengraat. Energie vloeide van haar in de andere lichamen en terug. Die energie trok hem aan en stootte hem af.
Hij ging naast vier mannen staan die zich afrukten tot het hun beurt was. Hij keek naar de poreuze grond. Ooit, toen hier nog getennist werd, was die scharlakenrood geschilderd, maar de zeelucht had de kleur doen vergaan tot meer roest.
Hij dacht aan die put die ze op hun wandeling in Sevenoaks hadden gezien. Het was een diepe put. In de steile wanden waren kleinere gaten gegraven. De bodem was bedekt met de ruggen van knaagdieren die door elkaar wentelden. Ze vochten of copuleerden met elkaar. Het verschil was niet duidelijk. De gids had hen geweren gegeven en ze hadden zich geamuseerd met er zoveel mogelijk kapot te schieten. Zij had gewonnen. Zij!
Hij hoorde een kreet en keek op. Ze keek naar hem, maar zag hem niet. Haar pupillen waren volledig weggedraaid. Ruggen bogen en strekten zich. Zaad vloog in boogjes op en om hen heen. Dit was een blind date. Iemand gaf haar een handdoek. Schijnwerpers. Sirenes. Plots waren ze allemaal aan het rennen. Hij greep haar kleren, ze had geen tijd om die aan te trekken. Ze gleed uit in een plasje geil, hij hielp haar op de been. Hierlangs!, en ze renden als eersten door de deur van het tennisterrein. Zo over de keien. Weg van het kutstadje. Hij keek even om. Het VW-busje was niet op tijd weggeraakt. De Bobbies gingen een leuke nacht tegemoet.
In het busje dat hen naar de luchthaven bracht, lag de Kent Gazette. Hij las een artikel op pagina drie. Sinds kort woedde er in Kent een epidemie van chlamydia.
Chlamydia? Hij had er nog nooit van gehoord. Hij vroeg haar of ze die ziekte kende. Het is mijn voornaam, zei ze. Hij vond het een prachtige naam, een naam geschikt voor een Griekse godin die onbekommerd op haar doel afstoomt. Een kaars die langs twee kanten brandt, zoals afgelopen nacht. Wat zag ze er moe uit. Haar ogen waren pisgaatjes in de sneeuw en er lag niet eens sneeuw in Kent!
Op zaterdag zaten ze opnieuw in de Vlaamse tv-studio. De opnames
waren live, maar ze werden twee uur voor de uitzending opgenomen. Hij vroeg zich
af waarom.
“Het werd dus geen liefde?” besloot de presentatrice met een glimlach.
“Nee, maar we hebben wel de liefde bedreven.”
De presentatrice keek naar haar. Ze knikte. Het publiek joelde. Hij hield van
haar.
“Maar seks zonder liefde is toch niet écht?”
“En dit wel?”
“Hoe bedoelt u?”
Hij glimlachte. Hij had haar e-mail naar de redactie van zijn krant gestuurd.
Maandag stond het op de voorpagina. Hij liet ze met plezier nog twee dagen in de
waan.
“Laatste vraag, zien jullie elkaar nog terug?”
Hij keek naar Chlamydia. De vlekjes in haar ogen zogen hem nog steeds op.
“Als tennispartners, ja.”