Recensie: En finir avec Eddy Bellegueule

van Edouard Louis

E.LouisIk zie hier dat En finir avec Eddy Bellegueule in het Nederlands door de Bezige Bij werd uitgegeven onder de titel Weg met Eddy Bellegueule. Kijk, dat heb je nu met vertalingen. Ik neem aan dat vertalers vaak voor moeilijke keuzes staan. Bijvoorbeeld: vertaal je de naam van een personage of niet? Ik denk dat een betere vertaling zou zijn geweest: Rot op, Eddy Schonesmoel. En die naam dan door het hele boek ook voor het hoofdpersonage blijven gebruiken.  Je offert dan weer een ander aspect van de originele tekst op: het is belangrijk te weten dat Eddy Bellegueule niet zomaar een goed gevonden naam van een personage is, nee, Eddy Bellegueule, in ’t Nederlands – of toch minstens in ’t Vlaams – Schonesmoel, is de échte naam van de auteur van deze autobiografische roman. De echte Eddy Bellegueule nam niet alleen de naam Edouard Louis als pseudoniem aan, hij liet zijn naam ook officieel in Edouard Louis veranderen, je zou voor minder, zeker als je al lezend te weten komt wat aan die naamsverandering voorafging.

Dit is een schrijnend, scheurend, schurend pijnlijk boek, de meest pijnlijke zin staat misschien op pagina 165: Il fallait fuir. Mais d’abord, on ne pense pas spontanément à la fuite parce qu’on ignore qu’il existe un ailleurs‘Je moest vluchten. Maar natuurlijk, je denkt niet spontaan aan vluchten omdat je niet weet dat er een elders bestaat.’

De nu pas 25-jarige Edouard Louis rekent in Eddy Bellegueule af met zijn jeugd en met zijn afkomst. Intolerantie is een woord dat nauwelijks dekt wat hem als kind overkwam. De materiële en geestelijke armoede van zijn omgeving: dit is niet de propere Vlaamse christelijke armoede zoals bijvoorbeeld Stefan Hertmans ze bijna bezingt in Oorlog en Terpentijn, armoede waar nog een schone kant aan zit, een brave berusting. Dit is de stinkende armoede van het hopeloze, de armoede die vuil en dom maakt, armoede die niets naast zich duldt, armoede die al wie eruit kan of wil ontsnappen als een vijand beschouwt, liever iemand zien vernietigd worden dan hem/haar de uitweg gunnen. Het is dan ook niet de ‘acceptabele’ armoede uit de 19e of zelfs 20e eeuw, nee, dit is nu: het is het jaar 2000 als de echte Eddy Bellegueule acht jaar oud is, voor deze armoede geldt het excuus van de goede oude tijd niet meer. En het is geen Afrikaanse of Griekse of Chinese of Indische of anderszins geografisch exotische armoede: dit is de armoede van vandaag in Picardië, terre fertile, zoals de slogan op de autosnelweg naar Parijs aangeeft, de graanschuur van Frankrijk.

Ooit was dit industrieel gebied – de industriële archeologie in Roubaix en Tourcoing en Amiens en Lens nu overgenomen door cultuur, een meer geniepige camouflage kan je je niet bedenken. In wat overbleef vindt Marine Le Pen wellicht haar trouwste supporters, al lijkt het me weinig waarschijnlijk dat ze ooit tot in het stemhokje geraken. Edouard Louis staat dichter bij Louis Paul Boon dan bij Stefan Hertmans, dit is Dickens van de 21e eeuw.

En finir avec Eddy Bellegueule is een ‘coming of age’ roman die netjes in kleine hoofdstukken de facetten van het ontdekken van en het worstelen met de eigen identiteit opdeelt. De eerste zin: De mon enfance je n’ai aucun souvenir heureux laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Eddy loopt niet als een harde, praat niet als een harde, heeft een te hoge stem, maakt overdreven handgebaren als hij wat zegt, kan niet voetballen: hij weet niet eens wat seksualiteit betekent als hij al voor pédé wordt uitgescholden, betast, afgeranseld, bespuwd. Zijn verdediging: stoïcijns blijven, incasseren, het met de glimlach ondergaan als ’t kan. Dat werkt alleen maar meer woede en scheldpartijen in de hand. Verdediging vanuit ‘autoriteiten’ zoals ouders, familieleden of leraren of wat dan ook, daar is geen sprake van. Minachting wel, ook minachting voor zichzelf, hoe harder hij probeert erbij te horen, hoe erger. Hij probeert meisjes te versieren, wat hem alleen maar belachelijk maakt en wanhopiger. Op school ontmoet hij een jongen zoals hij, ze hadden toch minstens vrienden kunnen worden, elkaar verdedigen, maar hij maakt hem tot voorwerp van spot, scheldt hem uit voor mietje en hoer: hij kan er zichzelf alleen maar om verachten, het is hoogverraad.

Edouard Louis lardeert zijn verhaal met de dialogen van zijn omgeving, in het patois van de streek, het harde taaltje waaraan hij, zonder het zelf te beseffen, probeert te ontsnappen. Het is niet alleen zijn seksuele geaardheid die hem parten speelt, die armoede komt er bovenop, ça pue la mort staat er ergens, de schimmel op de rotte muren. Hij wordt, omdat hij er lieftalliger uitziet dan zijn broer en zus, erop uitgestuurd om krediet te gaan bedelen in de winkel van dat vervallen dorp, dat geen deel uitmaakt van de charmante industriële archeologie, dat alleen maar verval is. En als dat krediet mislukt, als er werkelijk niks meer te vreten valt, ce soir on bouffe du lait, dan vreten we melk vanavond.

Verkrachting hoort erbij, daar zijn ze dan wel niet vies van in de buurt, het wordt zowaar een gewoonte, Eddy Bellegueule slikt alles. Vluchten is de enige uitweg, maar, het staat hierboven al, er is geen elders, geen waarnaartoe. Of toch een glimmer van hoop: Eddy blijkt aanleg voor toneel te hebben, nu ja, aanleg is veel gezegd, maar hij durft, het is zijn enige uitweg, zoals andere jongens dromen van een voetbalcarrière of bokser of popster willen worden, en zo dan miljonair. Miljonair wil hij niet worden, hier wegkomen volstaat als ambitie. Niet naar Parijs, dat is te hoog gegrepen, naar het lyceum in Amiens voor een theateropleiding, en o zegen, op internaat, weg van huis, dat is al heel wat. Is er dan toch hoop? Moeder waarschuwt: Tu ira à ton lycée de théâtre que si l’internat est pris en charge parce qu’on peut pas payer, sinon tu iras à Abbeville, un lycée c’est un lycée. En papa: Je vois pas pourquoi que tu veux pas aller à Abbeville comme tout le monde, faut toujours que tu te la joues autrement que les autres. Tot zover de ouderlijke zegen, maar schuilt daar toch niet ergens een beetje verborgen trots in die commentaar, dat eentje van hen boven het maaiveld zal uitkomen? Je zou het haast gaan denken – maar papa heeft nog een grapje dat kan tellen in petto.

Acteur is Edouard Louis, de echte Eddy Bellegueule, niet geworden, althans voorlopig niet, ontsnapt is hij wel. Een even groot wonder als het ontsnappen van Dr. Dre uit de Californische getto’s, of het ontsnappen van Radja Nainggolan uit de Antwerpse Luchtbal. En finir avec Eddy Bellegueule is in twee dozijn talen vertaald, werd met prestigieuze prijzen bekroond. Volstaat succes als afrekening? Alleen Edouard Louis kent het antwoord. (Seuil, 2014 – 220 blz.)

René Hooyberghs witblok