Recensie: A ma place

van Claire Huynen

Wat zullen we nu beleven, een KFR?! Ja hoor, ze bestaan, soms winnen ze zelfs Nobelprijzen, de Kleine Franse Romans. Patrick Modiano is er de timide kampioen en getuige van. Het verhaal over het ogenschijnlijk, maar des te ingrijpender kleine: of het nu geluk of verdriet is, het heeft altijd met verbazing te maken: waarom overkomt mij dit nu, ik ben maar een kleintje, eigenlijk zou ik er liever niet over vertellen, maar ja, dan is er al helemaal niks.

A ma place, de vijfde roman van Claire Huynen, hoort in deze heerlijke categorie thuis. Met zijn 123 niet eens dichtbedrukte pagina’s is het meer een uit de kluiten gewassen novelle dan een roman. Van een plot is nauwelijks of geen sprake, het verhaal wordt pas al lezende duidelijk. Het gaat over een teloorgegane vriendschap tussen een vrouw en een man, een vriendschap zonder seksuele bijklanken, het fysieke van de twee protagonisten komt niet eens ter sprake.

Onafscheidbaar zijn ze in hun jeugdjaren, naargelang ze opgroeien worden de vrienden van de één ook de vrienden van de ander, hij, Franck is bij haar, Lise, kind aan huis en wordt ook zo behandeld.

Lise vertelt het verhaal, zij is de ik-persoon. Zij is het die vertelt over het einde van hun vriendschap, heeft Franck eigenlijk wel gemerkt dat er een eind aan is gekomen? Naargelang het verhaal vordert lijkt het wel van niet. Zonder dat Lise er veel woorden aan vuil moet maken beginnen we als lezer zo stilaan een zekere afkeer van Franck te ondervinden. Hij die haar nooit in de steek zou hebben gelaten doet dat nu nog niet, integendeel. Meer en meer lijkt hij zich in haar privédomein te begeven. We hebben het eerst nog niet zo door, maar al op de eerste pagina’s begint haar wrevel: haar moeder lijkt overleden of is in ieder geval niet meer in het verhaal van tel, de vader woont alleen in het ouderlijk huis. Lise heeft nog een broer, maar ook die speelt nauwelijks een figurantenrol. Om het ouderlijk huis ‘in de familie’ te houden heeft Franck het gekocht, de vader mag er zo vaak hij wil komen logeren, Lise’s kamer blijft intact (hoewel zij reeds lang het huis uit is, architecte in Parijs of toch in een grote stad).

Het is Franck die begonnen is haar Liselette te noemen, nergens zegt dat ze daar een hekel aan heeft, maar het kan niet anders, ze is niet het type van de verkleinwoordjes, neerbuigend, patriarchaal klinkt het, Liselette. Het ergste van al: ook haar vader begint dat naampje nu te gebruiken, net zoals de vader maar blijft herhalen hoe fijn het is dat Franck het huis heeft gekocht, hoe goed hij er voor zorgt, hoe fijn alles in de oorspronkelijke staat wordt gehouden.

Maar het is niet enkel deze invasie in het privédomein van Lise die de breuk in de vriendschap heeft veroorzaakt: er is één moment geweest, een scheur, een plotse ommekeer. Naargelang het verhaal vordert beseft de lezer dat hij de reden voor die déchirure nooit zal kennen: het lijkt alsof Lise wars is van alle roddel. Het enige wat ze kwijt is wil is dat de vriendschap verbroken is, het is alsof zij haar relaas tegen een verre kennis zou vertellen, tegen iemand die wel weet dat er een breuk is geweest, mar die niet weet waarom, en die volgens Lise ook niet het minste recht heeft dat te weten. Nu ik erover denk – hoewel ik Franck gaandeweg hoe langer hoe antipathieker begon te vinden – zou de breuk wel best eens de schuld van Lise (hoewel zij denkt van niet) kunnen zijn geweest, wie zal het zeggen.

Claire Huynen schrijft pointillistisch, met kleine fijne strookjes, haar woorden dragen toets na toets iets bij aan de atmosfeer van Lise’s verdriet, soms ingehouden woede, over die verbroken vriendschap, want dat zij degene is van hen twee die er het meest onder lijdt staat vast. Haar vader merkt niet eens dat er wat aan de hand is, misschien zelfs ook Franck niet. Zij is de kwetsbare, dus de gekwetste. Zij is het die aan het eind van het verhaal eigenaardigheden van Franck heeft overgenomen en bewaard: het schrijven van een datum met de maand in romeinse cijfers, zo van die dingen. Zij is de kwetsbare: een architecte met hoogtevrees die zich door de arm van een arbeider of zelfs van een klant door een door haarzelf ontworpen gebouw moet laten ondersteunen. Die wel relaties met mannen heeft gehad, maar die nooit duurden: J’ai aimé des hommes. Follement parfois. J’ai vécu avec certains d’entre eux. Mais je n’ai jamais compris comment cela fonctionnait. Alleen de vriendschap heeft ze begrepen, maar niet het einde ervan. (Cherche-midi, 2016 – 123 blz.)

René Hooyberghs

 

Ander werk van Claire Huynen:
Marie et le vin, 1998 (Prix de la première oeuvre)
Une rencontre, 2000
Série grise, 2011
Néfertiti en bikini, 2015
Hoe je in het paradijs raakt, 2016 – kortverhaal, in Gierik & NVT nummer 132, herfst 2016