Recensie: De ochtendgave

De ochtendgave van A.F.Th. Van der Heijden

Schrijf nooit een historische roman als je niet Peter Ackroyd of Hilary Mantel heet! Dat is wat overdreven, er zijn natuurlijk nog wel goede schrijvers van historische romans, zo schiet me ook de onvergelijkbare Joseph Roth (Radetzkymarsch) te binnen, of in recentere tijden Eugen Ruge met In Zeiten des abnehmenden Lichts, en Jonathan Littel met Les bienveillantes. En Laurent Binet met HHhH, verdraaid, er zijn er bij de vleet. In het Nederlandstalige gebied komt me niet zo gauw iets voor de geest, maar ik sta open voor suggesties.

De moeilijkheid voor de auteur van een historische roman ligt in de Beschränkung: hij/zij dreigt tijdens de studie die aan het schrijven voorafgaat wellicht onder de indruk te raken van al wat hij (ik noem hem gemakzuchtig verder maar ‘hij’, sorry dames) aan weetjes verovert, aan taalgebruik bijvoorbeeld, aan gebruiksvoorwerpen, details allerhande. En daar dreigt de verveling voor de lezer toe te slaan: als de auteur al die wetenschap in zijn werk wil gebruiken, loopt hij het risico het verhaal van weetje naar weetje te laten lopen, de wetenschap wordt het keurslijf van de roman waardoor de personages in de feiten verstikken en bloedeloos ten onder gaan. Ik overdrijf nu wel heel erg, maar het wordt dan zoiets als de flauwe verhaaltjes waarin vroeger onze wiskundevragen verpakt zaten: als een trein om 9.32 uit Antwerpen vertrekt en aan een gemiddelde snelheid van 80 kilometer per uur naar Namen rijdt en daar om 11.45 aankomt, hoe oud is dan de machinist.

Jammer genoeg trapt A.F.Th. Van der Heijden precies in die val. Ochtendgave, het rare woord alleen al. De Ochtendgave van de titel blijkt in modern Nederlands niets anders te zijn dan een ochtendwip, seks voor dag en dauw. De ochtendwip in kwestie had moeten plaatsvinden tussen Caspar Sonmans en zijn gloednieuwe bruid Sara Sermont, niet dat ze tijdens de huwelijksnacht al niet van hun nieuwe status hadden genoten, maar Caspar had voor de ochtend nog een extraatje in petto. Jammer genoeg kwam het er niet van: Sara was verdwenen.

De Vrede van Nijmegen tussen Frankrijk en de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën werd getekend op 10 augustus 1678. Ochtendgave speelt zich af in de zes jaar die de bezetting duurde en eindigt met het ondertekenen van de vrede (waarna nog een namijmering volgt). Caspar is de scribent die de onderhandelingen met getrokken ganzenveer bijwoont en notuleert, smachtend naar zijn verdwenen Sara. Met wie hij toch, eerst onwetend, later bewust, in contact blijkt te zijn: Sara is namelijk als spionne in het Franse kamp voor mol aan het spelen, een heldhaftige daad die van haar heel wat opoffering vergt. Ze komt, als een avant-garde Mata Hari, haar informatie meestal aan de weet in de bedsponde van de vuige Franse markies Caloyanni.  De arme onbestorven weduwnaar Caspar Sonmans moet met lede ogen toekijken hoe zijn geliefde zich – zij het voor de goede zaak – voor de Fransman vergooit. Als ze dan bovendien ook nog een kind bij Caspar laat dumpen is zijn ellende compleet – hoewel ze later, met wat creatieve wiskunde – zal bewijzen dat Caspar wèl de vader is, het kind werd verwekt tijdens die dolle huwelijksnacht.

Het verhaal eindigt tragisch én glorieus tegelijk, een ontknoping als in een opera, Nijmegen is ontzet, Sara sneuvelt, haar leven opgeofferd voor de goede zaak, Caspar en zoon Putto blijven achter. In een laatste hoofdstuk is Putto volwassen, Caspar oud, ze vatten de geschiedenis nog eens filosofisch samen.

Misschien ben ik, niet op de hoogte zijnde van wat in Nederland het Rampjaar wordt genoemd, wat onfair tegenover de auteur. Maar het lijkt me juist de taak van de historische roman om de onwetende lezer te boeien; insiders lezen wellicht liever een echte geschiedkundige benadering van de feiten, of hebben die zelfs niet meer nodig. In 1672 (het huwelijksjaar van Caspar en Sara) was de Republiek Nederland in oorlog met alle omliggende naties, de allianties en het verraad (o.m. met het immer perfide Albion), wisselden met de dag, vooral dat heb ik onthouden. De Ochtendgave heeft best een sterk verhaal in zich, een combinatie van spionnagethriller, schrijnend liefdesverhaal en historische roman. Jammer genoeg blijft het, vooral door dat aaneenrijgen en etaleren van couleur historique een wat bloedeloos (niet letterlijk!) en vermoeiend lezende geschiedenis, toch voor deze onwetende lezer. De barokke, bombastische taal die Van der Heijden hanteert helpt ook al niet. Een aantal elementen uit de roman worden niet opgehelderd, hoewel ze van de auteur veel aandacht krijgen:  zo komt de lezer bijvoorbeeld van een raadselachtige brief die de knoop van het verhaal moet ontwarren nooit de auteur te weten.

Ochtendgave werd aanvankelijk (2009) als novelle geschreven in opdracht van de gemeente Nijmegen, en later tot roman uitgewerkt. (De Bezige Bij – 2015 – 2e druk – 297 blz.)

René Hooyberghs